Boines demonen
Als ze haar zang en muziek niet had gehad, zou Mari Boine misschien nog steeds bezig zijn om de dingen om haar heen stuk te maken.
tekst: bernt jakob oksnes

Het kan haar de adem benemen. Het was bijna bezig om haar te vernietigen, de enorme angst.
“Jij,” zegt Mari Boine en houdt haar handen rond het tengere, ernstige gezicht. Daar komt de bevrijdende lach. Haar bruine ogen beginnen te bewegen. Er gebeurt iets met haar.
- “Ik heb geleerd “small-talk” te gebruiken. Ik weet hoe ik met mensen moet praten. Ik heb geleerd om over gordijnen en kapsels te praten. Vroeger was ik een geest die rondzweefde. Ik hoorde nergens bij. Ik was ver weg in het universum, plotseling was ik hier, in deze wereld. The world! Ik voel dat ik nu een balans heb gevonden tussen het geestelijke en de werkelijkheid.”
Ze is zo gelukkig.
- “De oude angst die ik altijd voelde is eindelijk verdwenen. Het afgelopen jaar. Dat is zo heerlijk. Ik wordt nu 50. Ik heb zo'n goed gevoel.”
Mari Boine is terug. Een nieuwe CD. Een nieuw, gemakkelijker leven. Maar nog steeds in het zwart gekleed. Ze heeft gezegd dat ze zonder haar muziek een psychiatrische patiënt had kunnen zijn. Ze zou misschien nog steeds bezig zijn geweest om dingen om haar heen kapot te maken. Met borden gooien... Ze wilde niet gezien worden, niet gehoord worden, niet opgemerkt worden. Ze was asociaal. Ze pendelde tussen zwartkijken, eindeloos pessimisme en hoop op betere tijden.
MARI BOINE groeide op in het kleine Samische dorp Gamehisnjarga bij Karasjok, helemaal bij de grens met Finland. Er stonden slechts tien huizen.
En eigenlijk, zegt Boine, ze spreekt zacht.
- Toen ik werd geboren was uk bezig dood te gaan. Ik had kinkhoest. Mijn vader droeg mij, ik dreigde voortdurend te stikken en dood te gaan. En toen ik zes was, was ik bezig in een beekje te verdrinken. Mijn broer kon me redden. Het was in de lente. Er lag veel sneeuw en ijs op de beek. Ik was bezig eronder te verdwijnen. Maar hij kon me te pakken krijgen. Eigenlijk had ik aan gene zijde kunnen zijn.”
Ze lacht. Het is een merkwaardig moment om te lachen, maar ze lacht.
De jonge Mari ging stiekem naar de bioscoop. Ze zat daar in het donker en was bang dat haar fanatieke christelijke vader de deur open zou trappen en zou roepen: “Kom uit dit helse huis vandaan.” Dansen, je opmaken en lachen waren zonde. De vijf broers en zusters hielden om de beurt de wacht terwijl ze stiekem naar de radio luisterden.
- Mijn vader was zo streng. Op een dag praatte mijn muziekleraar met mijn vader. “Alstublieft, meneer Boine, mogen uw dochters meedoen met de schoolconcerten. Vooral Mari heeft zo'n muzikaal talent.” Vader zei: “Geen sprake van.” Later kwam hij nooit om me te horen zingen. Ik ben erg blij dat mijn ouders me de gelegenheid gaven om de dagelijkse psalmen te zingen, maar ik mocht niet naar muziek luisteren. Een broertje van me had een platenspeler. Stiekem luisterden we naar Creedence Clearwater Revival, Monkeys, Elvis. Maar wat ik me het best herinner was Otis Redding. Sitting on the dock of the bay. Ah. Dat nummer midden in de wildernis van Finnmarken.
De ernst haalt haar opnieuw in. Haar gezicht, dat er vele jaren jonger uitziet dan 49, verstijft.
- Ik heb een verschrikkelijke vrome erfenis van Læstadius. Ik groeide op met de gedachte dat het laatste oordeel net om de hoek was. Dat maakt dat als ik een fijne dag heb, zoals nu, dat ik denk dat de straf het volgende ogenblik zal komen. Het kost veel tijd om zoiets kwijt te raken. Maar ik begin vrijer te worden.”
Boine stopt zich zelf en verheft haar stem.
- Ik kan niet er om over mijn ellendige jeugd te praten. Ik heb een krachtige geschiedenis. Maar ik wil verder. Daar ligt hij, de schaamte. Ik heb me ermee verzoend. Ik geloof de mensen die zeggen dat je in de familie geboren wordt die je nodig hebt. Omdat je sterker moet worden. Ik zou alleen graag willen dat ik mijn ouders zou kunnen ontmoeten als degene die ik nu ben. Maar er zijn verschillende dimensies. Men kan immers….
- Bedoel je dat je je overleden ouders ontmoet?
- Ja, ik geloof dat je met de doden kunt communiceren. Ik doe dat af en toe, maar daar kun je immers niet over praten, omdat je dan opgesloten wordt.
Ze schatert.
- Ik ben ontzettend blij dat ik uit een cultuur kom waar dit normaal is geweest. Het geestelijke en het dagelijkse gaan bij ons hand in hand. In de Noorse samenleving is het geestelijke voor de zondag, in de kerk.”
Mari is helemaal op de bodem van haar eerste glas rode wijn. Ze bloost op de al rode wangen.
- Wil je nog een glas wijn?
-Dan word ik dronken. Dat wordt dan een schandaal. Misschien een zwarte thee. Mag ik trouwens even wat gaan roken? Ik ben een van die dommeriken die 18 jaar gestopt zijn en daarna weer zijn begonnen.”
Als ze terugkomt bestelt ze nog een glas wijn.
- Kan ik ook iets te eten bestellen? Ik heb honger. Roodbaars is zo lekker.
Mari Boine eet haar vis en vertelt over de pijn in haar leven.
- Ik ben niet altijd een moeder geweest die er steeds was. Mijn zonen hebben daar de prijs voor betaald. Soms heb je geen keus. Het is nu eenmaal zo.
Ooit heette ze Mari Boine Persen. Twaalf jaar was ze getrouwd met de Samische Åge. Ze kregen samen twee kinderen. In 1991 ging Mari haar weg, naar Oslo. De zonen groeiden op bij hun vader in Billefjord in Porsanger.
Mari kijkt naar haar bord en wordt stil.
- Die vis was ongelofelijk zout, zegt ze.
- Waar wonen je zonen nu?
- De ene woont in Finnmark, de andere in Tromsø. Ze zijn 22 en 29. We hebben tegenwoordig een goede verhouding. Ik troost me ermee dat het beter voor hun was een moeder te hebben die er af en toe was en in balans was, dan een die thuis zat en het hoofd tegen de muur sloeg uit angst en ongenoegen.”
Ze zegt dat haar geweten geknaagd heeft.
- Maar ik verheug me erop om oma te worden. Ik geloof dat ik net zo wordt als mijn oma. Ze was ontzettend warm, maar kon bij onrechtvaardigheid razend worden. Ik denk dat ik dat van haar heb. Ze was een mens. Temidden van het politiek correcte christendom was ze een verademing. Ze is nu dood, maar ik praat met haar en vraag haar om raad.”
In februari 1981 reizen jongeren uit het hele land naar een rivier in Alta. Noorwegen moet haar bronnen benutten, er moeten dammen in de rivieren komen om het land energie te verschaffen.
Op de Lerarenopleiding in Alta lacht Mari om iedereen die actie voert. Ze hoopt dat de anderen niet zullen weten dat ze Same is. Ze draagt een schande met zich mee. Ze wil weg uit het Samische en Noorse worden.
Als Mari als 19-jarige haar eerste zoon krijgt spreekt ze alleen maar Noors tegen hem. Dan gebeurt er iets.
- Het was net alsof een oude dame mij bij de hand pakte en zei: ‘Als je mij volgt wijs ik je de weg.’ En ik zei ‘Nee, ik ben niet klaar.’ Maar zij was het sterkst.
De actie in Alta wordt een keerpunt. De razernij groeit in haar. Het wordt Mari duidelijk welke onderdrukking de Samen hebben moeten verdragen. Toen de religie van het natuurvolk werd verboden, en de joik werd bestempeld als het werk van de duivel.
Ze wijst erop dat het de christenen waren die met de duivel, de alcohol en het enorme schuldgevoel kwamen. Mari begon te schrijven, met zichzelf in het reine te komen.
- Het was een tijd dat ik dacht dat het vooruit ging met de Samische zaak. Ik heb me zo vergist. Zoveel mooie woorden, maar ik geloof niet dat Noorwegen helemaal erkend heeft hoe de kolonialisering de Samische cultuur heeft beschadigd. Noorwegen heeft het beeld van zichzelf als een van de beste van de klas. Ik begrijp dat ik een tijd een nachtmerrie was die dat mooie plaatje vernietigde. Maar op den lange duur wordt het vermoeiend om de ellendeling te zijn, ja die ellendige boze Boine. Nu mogen anderen kwaad worden. Het is genoeg.
- Wat doet het meest zeer?
- De onverschilligheid. Veel mensen in Lapland hebben geen les gehad in hun eigen taal, er is zo veel historie, zo'n rijke taal die bezig is te verdwijnen. Er zijn schrijvers, maar er is geen geld om boeken uit te geven. Dat is verschrikkelijk triest. Eigenlijk zou ik op de Karl Johan moeten gaan staan schreeuwen. Maar ik heb geen zin, want ik twijfel of dat zin heeft.
- Heb je erin berust?
- Op vele manieren. Maar ik weet dat ik elke keer als ik een CD uitgeef of concerten houd, bezig ben de taal levend te houden. Eigenlijk wil ik alleen met muziek bezig zijn, maar ik kan niet zomaar rondlopen en een diva zijn, zelfs al zou dat het makkelijkst zijn. Ik heb een geweten. Ik heb kinderen waarvan ik wil dat ze deze erfenis krijgen. Het zou onnodig moeten zijn om te vechten. Men zou gewoon zijn eigen taal moeten kunnen gebruiken. Dit land is ontzettend rijk. Nu zijn ze beginnen te boren met het boren naar olie en gas hier boven bij ons. Kunnen ze niet een paar procenten gebruiken om goed te maken wat ze deden? Wat ze kapot maakten? Zoals Canada doet.
Ze hapt naar adem en kookt nu weer.
- Eerst is men kapot gemaakt, toen heeft men het hoofd gebogen en dan zou men ook nog, in 2006, door moeten gaan met bedelen en vragen. Ik word razend. Maar ik kan niet meer. Ik heb zoveel krachten gebruikt. Ik hoop alleen niet slechts zo'n artiest voor de gezelligheid te worden.
HET THEATERCAFE. Met een rechte rug loopt ze weg, de strijkers die hier altijd spelen volgen haar de deur uit, de machtige heren in de Noorse samenleving zien haar nauwelijks, deze kleine dame, terwijl ze het café uit wandelt en Oslo in loopt.
Ze woont hier nu. In de grootste Samische gemeente van Noorwegen.
- Ik ben zelfs van Oslo gaan houden. Dat heeft 14 jaar geduurd. Ik ben gek op Grünerløkka. Dat doet me aan Parijs denken.
Mari Boine woonde drie jaar in Parijs, in het Arabische gedeelte. Haar tweede man, de Senegalese Moustapha Blondin, voerde haar hierheen. Mari ontmoette de gitarist Blondin in Senegal. Ze nam les in Afrikaans drummen en dansen toen hij plotseling voor haar stond. Ze trouwden in 1998. Ze was toen acht jaar alleen geweest.
In 2002 scheidde ze van hem en vertrok uit Parijs. Er was te veel drukte.
Het jaar daarna kreeg Mari Boine de muziekprijs van de Noordse Raad. In de zaal van het Parlement kon ze een cheque van 350.000 Deense Kronen in ontvangst nemen.
De jury gaf als reden: <<Een etnische institutie, een kunstzinnige kracht en een talent om te bemiddelen, die alle mensen ter wereld bereikt>>.
Boine wilde niet genoegen nemen met alleen een nederig bedankje.
- Ik was een volgzaam resultaat geworden van de hersenspoeling die je meemaakt als je gekolonialiseerd wordt. Ik was een half mens met een Noors uiterlijk en vol zelfhaat van binnen”, zei ze destijds in een interview.
Dus verklaarde ze dat ze een rivierboot voor het prijzengeld wilde kopen. Ze wilde op zalm gaan vissen in de Anarjohkarivier. Bovendien wilde ze haar zonen meenemen naar Brazilië als een soort terugbetaling, want ze vond dat ze dat haar zonen Lasse en Per Erland verschuldigd was, omdat ze er zo weinig was toen ze klein waren.
- Maar het was erg belangrijk voor mij om die erkenning te krijgen”, zegt ze nu.
Vorig jaar werd Mari Boine in een adem genoemd met koning Haakon 7, koning Olav en Gro Harlem Brundtland. En Einar Gerhardsen, Erik Bye, Christian Michelsen, Kim Friele en Fridtjof Nansen.
Boine was een van de tien finalisten om Noor van de Eeuw te worden.
- Dat was raar. Ik moest er om lachen. Maar het was leuk. In gezelschap zijn van koningen en hoge heren te zijn, ik kan niet klagen. Maar soms is het zo dat Mari Boine een alibi wordt. Als we Mari Boine maar hebben, laten we het Samische zien.
Tijdens de opening van de Olympische Spelen in Lillehammer weigerde ze om het Samische culturele alibi te zijn. Ze wilde niet een <<exotische versiering voor het evenement>> zijn.
Ze zegt dat ze nooit volledig ambassadeur voor Noorwegen kan zijn.
- Ik heb immers niet dezelfde loyaliteit die Noren hebben. Ik ben nooit loyaal tegenover autoriteiten geweest. Zelfs niet de Samische. Ik zal een zelfstandig denkend mens blijven tot ik onder de aarde kom te liggen.
Ze hoest. De scherpe harde hoest van een roker. Die snijdt door je heen, als een tegenstelling van al het andere bij haar, al het stille en zachte spreken.
Vanaf het podium kan Mari haar schorre tonen zuchten, totdat ze explodeert in door verdriet gekwelde, schreeuwende geluiden.
- Als iemand mij iets misgunt is dat het kunnen zingen. Met je stem kunnen vliegen. En ik weet dat er een helende kracht zit in deze muziek. Ik herinner me de in kostuums geklede mannen bij de feestspelen in Harstad die naar me toe kwamen. <<Ik versta er geen woord van, maar er is iets wat me van binnen roert.>> Dat is het oerritme dat we allemaal in ons hebben.
In twee van de liedjes op de nieuwe CD heeft ze een taal gebruikt die eigenlijk niet bestaat.
- Ik heb het geïmproviseerd. <<Ik zou het nooit voor iemand opvoeren.>> zei ik. Maar het is een ongelooflijk mooie taal. Misschien komt er ooit iemand op een dag die zegt: maar het betekent immers dit en dat. Ik heb erg veel respons gehad, vooral op dit lied. Het gaat erover om los te laten wat staat te wachten. Zonder te censureren.
- Staat er veel te wachten?
-Erg veel. Hoe zegt men dat in het Samisch? Go aiggit divvet. Als de tijd er rijp voor is. Voortdurend zoek ik naar woorden van de ouderen. Zoals in de titelsong Idjagiedas. Als je wilt dat iemand blijft overnachten dan zeg je dat. “Wil je werkelijk vertrekken in de hand van de nacht?” Het is een metaforische betekenis voor zich naar het onderbewuste begeven. Dat wat daar binnen zit is veel slimmer dan dat wat op in het hoofd gebaseerd is.
Het is lang geleden dat Mari Boine de christelijke God de rug toe keerde. Nu bidt ze alleen tot de god van de zon, de god van de wind en god van de donder.
- Ik kom uit een sjamanen cultuur. Over de hele wereld bestempeld als duivels. Dus is dit eigenlijk dat wat het dichtst bij het kloppen van het hart ligt.
Boine komt van gisteren vandaan, zegt ze, van haar dorp van haar kindertijd.
- In Lapland ben ik vaak samen met een oudere dame. Ik woon bij haar als ik terugkom. Mijn reservemoeder, de moeder van mijn beste vriendin uit mijn kindertijd. Ik ben daar 's zomers. En bij mijn oom, hij jaagt in de herfst op elanden. Ik kreeg laatst gedroogd elandenvlees, bos- en veenbessen mee. Ik ken de stadse wereld nu, maar ik vind het ongelofelijk fijn om te wandelen in het laatste deel dat nog natuurlijk is.”
Ze kan urenlang in haar favoriete rivier staan te vissen.
- Mijn zoon vroeg me onlangs hoeveel vis ik had gevangen. <<Twee kleine zalmen>>, zei ik. <<Lieveheer, je hebt jaren gevist!>> Maar alleen al het ’s nachts aan de rivier mogen zitten. Het licht dat er is. Dat zuig ik in me op, vorm alles om tot muziek.
Goed dat ik alleen maar getekend wordt en niet gefotografeerd, roept ze uit.
- Men is zo druk bezig met hoe men eruit ziet. Alles moet zo glad zijn.
- Zeg jij die een modeprinses genoemd word?
- Wel, ik ben zeer ijdel, maar ik heb niet het kledingbudget van Mette-Marit.
- Mette-Marit ja, heb je iets van haar gehoord na de bruiloft?
Ik heb enkele leuke kerstkaarten gehad. Ja, van de hele familie.
Koningen en prinsessen werden tot tranen geroerd toen Mari “Mitt hjerte alltid vanker” zong, op joik geïnspireerd tijdens de kroonprinselijke bruiloft. Ze was gekleed in Samische feestkledij, ze stond daar voor het altaar.
- In Noorwegen betekende dat erg veel voor mij. Het was toen voor het eerst dat ik voelde dat de mensen mij werkelijk opmerkten. Ik hield van de manier waarop die twee vochten voor de liefde. Ik heb een zwak voor mensen die daarvoor durven kiezen. Er zijn veel te veel compromissen en het doen alsof in de liefde.
- Ligt het zo makkelijk voor jou om de liefde te kiezen?
- Nu wel.
- Wat bedoel je?
Ze lacht.
- Ik wil alleen maar zeggen dat ik het goed heb. Zo goed als nooit tevoren. Zowel met mijn eigen liefde als de overige liefde. Die is immers even belangrijk. Om blij te zijn met zichzelf.
Mari Boine heeft vele tranen geplengd op haar weg. Ze huilt niet meer.
- Om te doen wat ik doen moet, leg ik een schil om me heen. Het is akelig dat je dat zo stevig moet doen dat je bijna niets voelt. Mensen zeggen dat het zo lang duurt tussen het uitbrengen van CD's van mij, maar ik moet ook gaan zitten en voelen wie ik ben in het geheel. Vroeger, in een ander leven, was ik een keurige, fatsoenlijke huisvrouw. Toen kwam de muziek en die gooide alles overhoop voor mij.
Ze glimlacht fijn. Nu zal se snel de muziek voor Nils Gaups film << Kautokeino-opprøret>> maken. En later een Engelstalig album.
- Zeg, hoelaat is het? Vraagt ze.
- Vijf voor vijf.
- Ik wist het. Ik heb een geweldige sterke klok van binnen. Ik kan de tijd op de minuut af raden. Eigen taal, eigen tijd. Wat kan men zich meer wensen. Ik ben perfect.
Ze schatert weer.
“Ik droom voortdurend ervan komiek te zijn. Maar het liefst, het allerliefst droom ik ervan om bij de zee te zitten, in de maneschijn, in een warm land, en mijn boek te schrijven. En dan wil ik zingen tot ik doodga. Maar ik wil niet sterven voordat ik doodga. Ik wil niet nep zijn.”

De oorsprong: - Samen met de schrijfster Marry A. Somby (links) en joikzangeres Inga Juuso op het Påskefestival in Kautokeino i 1993

IJsvissen: - Hier ben ik op bekend gebied. Ik hou van vissen zowel ’s zomers als ‘s winters

Bloemenkind: - Hier een klassefoto van mij van de 1e klas. Ik ben de kleinste, met bloemen in de handen, rechts op de tweede rij.

Thuis: - Ik had beet. 12 jaar hier. Ik poseer samen met mjin broer Ole, mijn zus Dagny en mijn vader Josef.
