|
MARI BOINE FANCLUB
De Trekvogel
Mari Boine 52 jaar, geboren in Karasjok, samische zangeres. Heeft een persoonlijke manier geschapen om zich uit te drukken door gebruik te maken van elementen uit Samische muziek, joik, rock, jazz en muziek uit andere culturen. Heeft 11 CD's, drie maal de Spellemannpris gewonnen, en werd in 2003 de Nordisk Råds Musikkprijs toegekend. Maakte de muziek van de film Kautokeino-oproer en kwam later in het jaar met een nieuwe CD uit. Tournee door Noorwegen van 6 februari t/m 23 maart (2009) met de joikzangeres Inga Juuso, de muzikanten Georg Buljo en Gunnar Augland en de religiehistorica/vertelster Brita Pollan. Het reisportret Ze voelt zich als een stern, de vogel die pendelt tussen de middernachtzon in het noorden en die in het zuiden. Mari Boine is altijd op reis – binnen in zichzelf en daar buiten in de wereld – nu met een wegwijzer. LARS DITLEV HANSEN Gepubliceerd: 31.01.09 Geüpdate: 30.01.09 kl. 14:24 Noorwegen bestaat niet! Mari Boine leefde als in een roes. Het was een junidag, in het jaar 1986 en in de stad Kopenhagen. Daags tevoren trad ze op op Troilltampen op Hamarøy en werd meegesleurd door een fantastisch respons. Nu was de nog steeds frisse artieste geland in Kopenhagen op weg naar het Roskilde-festival en haar eerste buitenlandse concert. De adrenaline stroomde nog steeds na Troilltampen, ze wilde alleen zien wat de kritieken in de krant zeiden en stevende naar de dichtstbijzijnde kiosk. «We hebben helaas geen Noorse kranten,» grijnsde de Deense verkoopster in de kiosk. Boine werd er stil van, ze kon het niet bevatten – en toen voelde ze zich opgelucht. – Fantastisch, dacht ik. Trok ik daar mijn hele leven rond door Finnmark en geloofde dat de hele wereld om ons en Noorwegen draaide, met het respect voor de autoriteit van de Noren die Samen hebben. Dan kom ik hierheen en is er niemand die daar iets om geeft. Noorwegen bestaat niet eens. Wij zijn vrij! Reizen van de sjamanen. Mari Boine zit samen met religiehistorica Brita Pollan, 22 jaar later, en herinnert zich het oude gevoel. Dinsdag beginnen ze samen aan een reis van zeven weken, een concerttournee door Noorwegen. Boine zal haar muziek van de afgelopen 25 jaar zingen, Pollan verbindt ze door vertellingen over de wortels/oorsprong, de reizen van de sjamanen en de behandeling van Samen door de eeuwen heen. Voor Boine is dit een belangrijke reis. Zij had nooit de weg gevonden zonder Pollans hulp. – Ook het concert nu is een reis, zegt Pollan. – Een reis door de tijd, naar de 17e eeuw en weer terug met behulp van vertellingen en kleine passages uit oude aantekeningen en de bronnen die bestaan over de cultuur en de geschiedenis van de Samen. Daar ligt de achtergrond. Boines jeugd in het læstadiaanse huis op de vidde (hoogvlakte), in een tijd dat het nog steeds bijna verboden was Samisch te praten en dat Samen schaamte voelden over het Same te zijn. Toen Creedence Clearwater Revival, Cliff Richard en Otis Redding iets was dat ze in het geheim hoorde, want dat was pop en dat werd aangezien voor het werk van de duivel. Alleen joik was erger. Waarom dat zo was, praatte niemand over. – Toen ik met muziek begon, ontdekte ik dat dit een wereld was die ik moest begrijpen. De muziek nam mij mee op een reis. Ik las over de zon en de maan, over de god van de wind en heilige bergen. Ik moest iets zoeken in de westerse wereld om te begrijpen waar ik vandaan kwam, zegt Boine, die tenminste iets wat ze kon begrijpen vond in Pollans boeken en bij – Toen ik eens op tournee was in Zwitserland, moest ik naar het huis waar Jung had gewoond. Ik hoefde het alleen maar te zien. Voor mij was dat belangrijk. De hele tijd zocht ik bruggen tussen daar waar ik vandaan kwam en de westerse wereld.
Eeuwige nomade. Mari Boine is grenzeloos. Je hoort het aan de muziek, Samische klanken worden gemengd met jazz en rock. Geef je haar het steekwoord reizen, dan zijn haar associaties ook grenzeloos. Zij denkt even graag aan Afrika en Amerika of Parijs, waar ze in zekere zin enkele jaren woonde, als aan de tochten om bergframbozen te plukken op de vidde met haar vader en oma. Die tochten waren even lang als reizen, zegt ze, toen kon ze stiekem roken zodat haar vader het zag, zonder dat hij iets zei. Daar was ze vrij. – Ik ben als een nomade, zegt Boine. – Ik verhuis om het jaar minstens een keer. Ik trek zonder dat ik rendieren heb. Ik heb nog steeds niet de plek gevonden waar ik wil wonen. – Elke Same moet opbreken, fluistert Pollan. – Het is wat de duivel in jouw oor fluistert. Het staat in verslagen uit de 18e eeuw. Elke Same moet verhuizen, staat er. Horror voor het kind van de hoogvlakte. En Boine kan praten over haar allereerste buitenlandse reis, in 1978 toen ze op de lerarenschool zat en de studenten naar Londen reisden. – Voor een kind van de hoogvlakte was dat fantastisch. Ik herinner me allen die mijn schoenen wilden poetsen. We zagen Jesus Christ Superstar en de Rocky Horror Show. De studenten uit Oslo hadden het leuk met het meenemen van een kind van de hoogvlakte naar een horrorshow. En we gingen naar een bar. De man achter de tap vond me er wel jong uitzien en vroeg om mijn pas. «It’s not even British», zei hij nors. – Een Same heeft, volgens een oude traditie, ook het vermogen om te vliegen en kennis te verschaffen over wat er gebeurt op ver weg gelegen plaatsen, zegt Pollan en verbindt hieraan een 400 jaar oude geschiedenis over een noaidi, een Samische sjamaan in Bergen, die verzocht werd om te «vliegen» om uit te vinden wat een familie in Duitsland deed. – Hij legde zich er op toe en zat te razen in de kamer alsof hij dronken was……. Mari Boine vliegt ook, maar met vliegtuigen. Precies daar houdt ze niet erg van. Ze is bang dat ze naar beneden zullen vallen. – Zo is het elke keer. Nog steeds kan ik bang zijn, maar ik heb me aangeleerd om met mezelf te praten. Misschien is men bang voor de dood als men bang is om te vliegen. Nu heb ik geleefd, dan is men minder bang voor de dood. Maar ik ben in conflict met mezelf wat betreft vliegen, het verontreinigt immers Moeder Aarde. – Heb je een reis gemaakt die je veranderde? – In 1988. Samen met twee Samische muzikanten reisde ik naar Duitsland. We zouden deelnemen aan een conferentie, een ontmoeting tussen verschillende oervolkeren en de witte man. Die keer zocht ik er erg naar om begrepen te worden door mijn muziek. Door mijn achtergrond vanuit een christengezin had ik er behoefte aan om me aan iets groters te verbinden. Onder de Indianen die ik ontmoette, was een 80 jaar oude dame. Zij sprak er over dat ze baden. Toen we weggingen zei zij tegen mij: «I’ll pray for you». Ze waren geen christenen, maar ze baden. Misschien zou ik ook moeten bidden? Dat veranderde mijn leven. Ik denk niet dat ik het in deze branche zou hebben overleefd als ik niet mijn geloof/religie had. – Je reisde rond in grote delen van de wereld en werd geprezen voor je muziek. Wordt dat beïnvloed door het milieu waar je optreedt? – Nee. De muziek is hetzelfde. Daarentegen kan ik impulsen krijgen die ik mee naar huis neem en die ik gebruik als ik nieuwe liedjes maak.
Als een zwarte in Afrika. In een ogenblik vliegen haar gedachten op zoek naar een voorbeeld. Ze landt in Senegal en Gambia. – Daar heb ik enkele ritmes gehoord die ik heb meegenomen. Een recensent schreef na een concert dat Mari Boine in één genre zit en dat je denkt ‘nu komt het’ en dat ze plotseling in een heel ander genre overgaat. Ik hou daarvan omtussen dingen te zitten. Ik ben zo een beetje een dief, neem een beetje hiervan en een beetje daarvan. Dat heeft zijn sporen nagelaten. «Jeg er samisk og universell» («Ik ben Samisch en universeel»), heeft ze een keer gezegd. Buiten Noorwegen hebben ze het niet gemakkelijk om haar in een hokje te plaatsen. – Ik zong een keer in een studio bij de BBC. Dat werd gehoord in de studio ernaast, waar Betty «Bebop» Carter was. Ik ontmoette haar toen ik naar buiten kwam. Ze stopte en riep uit: «Ik was er van helemaal van overtuigd dat je zwart was». In Dakar in Senegal nam ik op jazzmanier mijn versie van Bob Marleys Running Away op. Ik gaf de producent een CD als dank. «Lieve hemel», zei hij toen hij de hoesomslag zag. «
Vliegen met de stern. Ze heeft vaak naar Afrika gereisd. De laatste keer was in december. Om haar nieuwe plaat op te nemen, onder Afrika’s sterrenhemel. – Daar zou ik ook een lied over de stern meenemen, sterna paradisea zoals deze in het Latijn heet. De stern reist de hele tijd, wil daar zijn waar de middernachtzon is. Is gedurende drie maanden in Finnmark en legt eieren, en vliegt dan voor drie maanden naar Antarctica, als de middernachtzon daar is. Het is een lied over verlangen. Ik voel me als de stern. Toen ik een jong meisje op de hoogvlakte was, wachtte ik elk voorjaar op hem. Hij is zo mooi en kan een beetje nors zijn. – Bedoel je dat jij ook nors kunt zijn? – Ik was immers bekend als de boze Mari Boine. Dat was ik ook in het begin, er was zo veel om boos over te zijn. – Is de tournee nu Boines reis naar huis? – Dat is het ook. Ik heb eerder concerten in Finnmark gehouden, maar nu komt het veel dichterbij met de verhalen die Brita vertelt. Ik kijk vooral uit naar het concert in Porsanger, waar vele van mijn eerste liederen werden gemaakt en waar ze begrijpen wat ik zing. Een van mijn eerste songs «Natta er over», («De nacht is voorbij») maakte ik daar. Het gaat over hoop, dat je niet zult opgeven, precies als bij Obama. Ik heb er altijd van gedroomd om met een koor te zingen en nu zal ik zingen met het koor daar. – De nacht was misschien niet voorbij?
Ik was 24 jaar toen ik het maakte. Onlangs was ik terug op de school waar ik toen werkte als lerares. Toen mochten ze niet Samisch spreken, maar nu zaten ze kofter (Samische jakken) te naaien. Ze schaamden zich niet langer, verstopten zich niet, ze waren trots. Dat was de hele tijd mijn hoop.
Bron: http://www.aftenposten.no/reise/article2897781.ece
|
|
© Created 23/03/2008 |
|
Updated 05/02/2009 |