|
MARI BOINE FANCLUB
Foto Thomas Sivertsen ANB: Juist op de de dag van de Samen (Samefolkets dag) 6 februari heeft Mari Boine de première van het Rikskonsertene-tournee «Mari Boine Akustisk» in Ullensaker Kulturhuus in Jessheim, voordat ze verder optreedt in 22 andere plaatsen Boine kijkt terug Oslo (ANB-NTB): – Ik zou niet moeten lachen als ik met de trom sta, zegt Mari Boine. Gepubliceerd 05.02.2009 Bijgewerkt 05.02.2009 Want dat is niet goed, zegt ze. De trom is het instrument van de noaide (Samische sjamaan), deze vereist ernst en respect. Maar dan komt er toch een glimlach te voorschijn, zij verheugt zich op haar nieuwe akoestische tournee «Onder noordelijke sterren» genaamd, die binnenkort plaatsvindt. Deze begint op Samefolkets dag, aankomende vrijdag, en tijdens de concerten zal Boine samen met religiehistorica Brita Pollan en de joikzangeres Inga Juuso een kijkje laten nemen, zoals zij noemt «achter de coulissen van haar muziek», waar haar songs uit voortgekomen zijn. De ingrediënten zijn Samische sagen en anekdotes over hoe de missionarissen in de 18e eeuw «het volk van de Duivel» ervoeren, verteld door Pollan, en Boines vroegere songs tot en met de muziek die zij componeerde voor «Kautokeino-opprøret», en het joiken door Juuso. – Inga en Brita hebben veel voor mij betekend als het er om gaat mijn achtergrond te begrijpen. Nu heb ik er zin in om dit te delen met mijn publiek dat misschien niet altijd weet van waaruit ik zing, zegt Mari Boine tegen NTB.
Gelooft in humor Boine heeft een breed publiek gekregen in de 20 jaren die voorbij zijn gegaan sinds haar doorbraak met «Gula Gula». Net voor de kerst werd ze benoemd tot professor in de muziekwetenschap aan de Hoge School in Nesna, onlangs was ze in Zuid-Afrika om materiaal op te nemen voor een nieuw album dat in de herfst zal verschijnen. Maar eerst zal ze terugkijken naar haar eigen oorsprong. Hoewel tijdens het concert de reis door de Samische cultuur en geschiedenis ernstig kan lijken, tenminste als Brita Pollan in haar verhalen, korte geschiedenissen en anekdotes vertelt over hoe de Samen werden beschreven door zendelingen en dominees als «het volk van de duivel zelf - in het noorden» – toch zitten ook de lach en de ironie aan de oppervlakte bij die drie. Zoals wanneer de religiehistorica een goed opgeleide, maar toch onwetende schrijver citeert, die meende dat het de duivel zelf moet zijn geweest die de Rendiersamen dwong om zonder ophouden te moeten wegtrekken vanhun huizen, de stakkers. Dan vloeien die drie elementen goed en gelijkgestemd samen. – Ja, het doet goed om te lachen. Misschien moeten we er om lachen om verder te kunnen komen, ik heb groot vertrouwen in humor, zegt Mari Boine.
Het vormde ons Maar ze wordt even snel weer ernstig en wijst erop hoe het beeld van «een demonisch volk» dat de Samen werd opgedrongen, meewerkte aan hun vorming. – Het kreeg ons zover om ons minderwaardig te voelen en de Noren zover om op ons neer te kijken. Dit is nog steeds zo, zegt Boine en voegt eraan toe: – Ik hoorde pas nog een debat over de Snåsaman en dat ook Gunnar Ballo zei het bloeden te stoppen, iets wat door ons goed begrepen wordt. Er nam een arts aan deel die zo’n arrogantie en zo’n angst toonde voor dat wat anders is, dat ik dacht «zijn we niet verder gekomen?». Want het was – en is – de angst voor dat wat anders is die er achter zit, dat de eigen cultuur van iemand niet de enige antwoorden heeft op alles. Brita Pollan knikt en zegt dat we wel kunnen lachen om de 18e-eeuwse voorstellingen over de Samen, maar dat we eigenlijk niet zo veel verder zijn gekomen in de mate waarop wij naar andere culturen kijken als minderwaardig: – Åsne Seierstads boek over de boekhandelaar in Kabul is representatief voor de opstelling van zendelingen naar andere culturen in de 18e eeuw, zegt ze energiek. Pollan en Boine ontmoetten elkaar in 2002. Toen werd het boek van de religiehistorica «Noaidier», met als toevoeging «Geschiedenissen over Samische sjamanen», uitgegeven. Bij de presentatie trad Mari op. Het contact tussen de twee werd ondertussen zo goed dat ze verder gingen met het ontwikkelen van een samenwerking.
Publieksvoorlichting
Toen Rikskonsertene (de Rijksconcerten) wenste dat Mari Boine weer «iets» voor hen zou doen, was dit wat ze wilde. Ze betrok ook Inga Juuso hierin, die ‘s lands enige fylkes-joikzangeres is (fylke = provincie), en die is aangesteld als musicus voor de provincie Troms. – Inga is mijn joiklerares en de meest deskundige joikzangeres die we hebben. Ik joik niet, dus nu wil ik de traditionele joik presenteren naast mijn zang, om het beeld compleet te maken. Juuso verheugt zich er op om de joik aan een breder publiek te presenteren: – We weten dat de mensen komen om Mari Boine te horen en daar halen we meer uit. De verhoudingen voor joik zijn nu beter geworden, er zijn ook meerdere beoefenaars, zegt ze. En ze vertelt dat ze met de joik heeft rondgereisd langs kleuterscholen in andere delen van het land. – De kinderen doen helemaal mee. Het is net een soort zending, glimlacht Inga Juuso. – Noem het publieksvoorlichting, zegt Brita Pollan droog. – Maar het is ongelofelijk belangrijk, zegt Mari Boine, en ze zegt weer dat het belangrijk is om op al het positieve te wijzen dat ook gebeurt: – Denk alleen maar eens aan een 12 jaar oude jongen in Drammen die helemaal uit zichzelf besliste om een Samisch museum te maken en eigenlijk wenste dat hij Samen zou vinden in zijn familie (ANB-NTB)!
|
|
© Created 23/03/2008 |
|
Updated 07/02/2009 |